Witloof

7 november. We gaan wandelen in het Zaventemse Speelbos met zicht op de vliegtuigen.
Overal coronawandelaars, gezinnen met jongere kinderen dan de onze; we worden ouder.

Op de terugweg snijden we een stukje af langs een vers geoogst veld. De zoon maakt zich zorgen: mag dit wel? We sussen hem en wijzen naar de wandelaars die voor ons lopen.
Onderweg lopen we langs een stapel niet uitziende knoesten van wortels. Er steken donkergroene, kleine blaadjes uit. Zou dit witloof zijn, vraag ik me af.
Overal bovenaan de wortel die donkergroene blaadjes – is dit waar witloof uitkomt? Maar vanwaar komt het stronkje dan?

Ik wil maar durf geen opzij gegooide knoest meenemen. Even verder liggen er vier wortels op het wandelpad. Dit is mijn kans, deze zal de boer wel niet missen, toch?
Ik raap ze op in kinderlijk enthousiasme: cichoreiwortels waar witloof uit kan komen!

De vrouw gelooft me niet. Is dat cichorei? Ziet dat er niet anders uit? Ze denkt aan bitter koffiesurrogaat in ouderwetse potten.
Na wat opzoekwerk met de handcomputer ontdek ik dat de witloofwortel, hoewel een soort cichorei, niet de cichorei is van in de koffie. Dus ik verbeter me: volgens mij zijn dit witloofwortels.

We zoeken het op met Obsidentify (heerlijke app trouwens van Natuurpunt en internationale zusterorganisaties), die al je planten en dieren kan herkennen. De app herkent een obscuur en pluizig diertje in de grillige knol-met-kleine-groene-blaadjes. Nou moe.

De wortels komen in de wachtkamer op het schap boven de droogkast terecht. Enkele dagen later waag ik me aan het planten van witloof tijdens mijn half uurtje buiten spelen terwijl de vrouw de kinderen gaat halen. Ik vind een heerlijke jonge online tuinman: Angelo Dorny. Zijn instructies (zie hier) volg ik en op tien minuten steken de wortels in een emmer op de keldergrond, met een tweede emmer erbovenop “om het bleekproces te starten.”

Elke dag ga ik eens piepen. Ik ben verbaasd en verwonderd: aan de twee kleinste wortels komt telkens 1 stronkje. Aan de dikke mutanten van wortels wel meer dan tien! Allemaal witloofjes.
Een jongensdroom die in vervulling gaat met wat veldoverschotten die ik zomaar opraapte.

Na drie weken vraagt het vrouwtje: “Oewist mej sjicongs?” Ze is afkomstig uit de streek rond Poperinge, West-Vlaanderen. Daar enten ze zich wel eens op de grote buur (de Westhoek ligt dan ook pal aan de grens met Frankrijk) en verbasteren ze het Franse woord “chicons”.
Ik ga meteen nog eens kijken. Tegen beter weten in: drie dagen na mijn laatste piepje, wat zou er veranderd kunnen zijn?
Ik haal de emmer van de pot en verschiet, drie grote stronkjes staan er tussen tientallen kleintjes. Ik roep oprecht verbaast: “Whoa!”
Blij als een kind dat net zijn cadeau van de Sint ontdekt. Ik spurt naar boven, loop naar de vrouw die net wat prult met potloden.
Ik hoef niets te zeggen, ze weet al wat er in mijn hoofd speelt en mijn gezicht doet opklaren.

Gauw maakt ze haar tekening af en ze komt met me mee kijken. Ook zij is onder de indruk. Ze voegt eraan toe: “En je eet het niet eens graag!”
Maar de glanzende kralen spiegels in mijn ogen doen hun werk.

Op 11 december is het zover. We gaan ze opeten, de grootste stronkjes.
De dag begint met uitkijken naar het plukken van het witte goud. Maar eerst mijn ochtendlijke traditie. Op het terras sta ik na het opstaan wassen en aankleden.
In augustus kneep ik er een week tussenuit zonder gezin, eenzaam uitblazen bij vrienden. Ze leerden me enkele basisbewegingen
Qi Gong (spreek uit: Sjigong), een Chinese bewegingstraditie. Bewegingen om langzaam uit te voeren, te herhalen, alvorens een nieuwe te starten.
Het zou goed voor lijf en leden. En zou ook de mentale toestand verbeteren.

Daar sta ik op 11 december zoals elke ochtend. Me langzaam te strekken. Me soms belachelijk te voelen. En dan na te genieten van de ochtendlucht. Erna ga ik binnen en vervoeg de ontbijttafel, terwijl de vrouw vraagt:
“Oewist nog mej sjicongs?” Vandaag hoeft ze dat niet te vragen.
Ik ontdekte dat het zicht vanop het terras, waar ik me eerder wel eens aan ergerde (die lelijke Belgische woningen!) altijd anders is.
Het geheimzinnige huis waar altijd minstens een rolluik naar beneden is, maar geen twee dagen dezelfde luiken.
We zochten met de kinderen naar systematiek, tot nu toe tevergeefs. Deze dagen klimt er een kerstman binnen.
De lucht in veel kleuren, de maan, de wolken.
En er is zoveel groen. Of, in deze tijden, bruin. Overal aan de einder staat een boom, zijn er kruinen boven de daken te zien.

’s Middags eten we samen wat sjicongs. Na het afkrabben van de buitenste blaadjes die schimmel hebben (de tip van tuinman niet goed opgevolgd en het deksel niet elke dag even van de pot gehaald voor een halfuurtje, woeps!), blijft er niet veel over.
Maar smaken dat het doet! Een kwakje mayonaise erbij, peper en zout. Zelfs ik, niet echt een fan, geniet van de knapperige blaadjes.

PS: witloof of witlof? Ik zocht het toch even op voor de zekerheid. Beiden zijn correct, leren Wikipedia en VRT taal. Met lange “oo” verraadt het mijn afkomst.

2 Reacties

  1. Witlof witloof with love

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *